Met films als Resident Evil, Shaun of the Dead en de 2004 remake van Dawn of the Dead, vormde 28 Days Later de start van een zombierevival in de periode 2002-2004. Regisseur Danny Boyle en scenarist Alex Garland namen hem op in het Verenigd Koninkrijk ten tijde van de aanslagen van 9/11. Hij toont zo in filmvorm hoe een beschaving ineenstort, hoe snel we kunnen veranderen in mensen die verblind zijn door woede, en hoe belangrijk het is om vast te houden aan onze menselijkheid. Het vervolg (Boyle en Garland waren niet betrokken bij Weeks, uit 2007) is gemaakt met Brexit en COVID-19 achter de rug. Daarmee ontstond er een bijzondere nieuwe voedingsbodem, die in de praktijk betekent dat 28 Years Later weinig meer te maken heeft met horror maar eerder een filosofische bespiegeling is over leven in een post-apocalyptische samenleving.
De film deed me denken aan de psychedelische visuals in Mandy en de wereld zoals die getoond wordt in The Last of Us. Boyle en scenarist Alex Garland laten Rudyard Kiplings gedicht Boots prominent horen en Laurence Oliviers Henry V zien, om zo context te geven aan een Verenigd Koninkrijk dat niet meer bestaat. Wat rest is een plukje mensen dat zich teruggetrokken heeft op een eiland, verbonden met het vasteland via een causeway (dam) die bij eb droogvalt. Ze zijn honderden jaren teruggeworpen in de tijd en moeten met pijl en boog op zoek naar eten.
Centraal hier staat de 12-jarige Spike (sterke rol van Alfie Williams), de zoon van Jamie (Aaron Taylor-Johnson), een geliefde jager in de gemeenschap, en Isla (Jodie Comer), die lijdt aan een ziekte waarvan niemand weet wat het precies is. Er is geen dokter meer in deze gemeenschap. Vader Jamie heeft besloten dat het tijd is voor zijn zoon om het vasteland te bezoeken en deel te nemen aan een overgangsrite: het doden van zijn eerste geïnfecteerde (zoals de zombies hier consequent genoemd worden). Dat lukt, maar veel vreugde haalt Spike er niet uit. Hij is meer bezorgd om zijn moeder en hij neemt haar mee naa het vasteland, op zoek naar een mythische dokter die daar ergens rondwaart.
Waar de mensheid teruggeworpen is in de tijd, daar zijn de geïnfecteerden juist geevolueerd. Ze leven in stammen, geleid door ‘alfamannen’ die niet met één pijl of kogel kunnen worden neergeschoten en die mensen niet infecteren, maar op brute wijze vermoorden. Los daarvan lijken de stammen wel op de sociale structuren en het gedrag van de vroege mens, wat allerlei interessante bespieglingen oproept over de ontwikkeling van homo sapiens.
Maar er zijn ook tekortkomingen. Zo moeten de makers in korte tijd een autarkische samenleving schetsen en de gezagsverhoudingen daarin. Die scenes voelen gehaast, al is het ook lastig in een film van nog geen 2 uur. Daarvoor is in series als The Last of Us of Station Eleven meer ruimte. Hij schiet ook tekort in het beantwoorden van filosofische vragen over mens versus oermens en als kijker moet je je vooral richten op de evolutie van Spike. 28 Years Later moet de eerste worden van een trilogie, waarin daar waarschijnlijk meer ruimte voor komt. Nu voelt het wat onaf. Maar gelukkig is daar Ralph Fiennes (The Dig, Conclave, A Bigger Splash). Hij weet een hart toe te voegen als een overlever die ziet waar het echt om draait in deze dystopische tijden: medemenselijkheid. Visueel is het ook geweldig met het lege Verenigd Koninkrijk als een soort Arcadie waarin de natuur alles weer heeft overgenomen, slechts verstoord door de agressie van de geïnfecteerden. Boyle wisselt dat af met soms apocalytische beelden van de hemel, de sterren, de causeway, droomsequenties en geïnfecteerden die door een nachtkijker bekeken worden. 28 Years Later is een film die wat mij betreft niet helemaal geslaagd is, er zit toch wat teveel onlogica in en wat teveel plotgaten, maar door de vele interessante ideeen erin wordt gered.
