Sinds 2009 schrijf ik op deze website over de films en series die ik kijk. In die periode heb ik geen enkele film van Krzysztof Kieślowski gezien. Schandalig. Kieślowski was echt een belangrijke filmmaker voor me in de jaren 90 toen ik in filmhuizen en op festivals films als Amator, No End, Blind Chance, de Dekalog-serie en de Trois Couleurs trilogie zag, en deze natuurlijk. Maar op een of andere manier is hij helemaal weggegleden uit mijn filmbrein. Ik associeer de Poolse regisseur ook echt met een andere tijd, met een andere manier van filmmaken. Het past niet bij deze hectische en rationele tijd waarin films vooral plot- en dialooggedreven zijn. Maar na het herzien van La Double Vie de Véronique denk ik dat zijn werk juist bij uitstek geschikt is, nodig zelfs. De films van Kieślowski zijn intiem, persoonlijk. Hij legt meer nadruk op de gedachten van zijn personages dan op hun handelingen. Zijn films roepen op tot verwondering, spiegeling, vertraging, verbazing en stellen vragen over de zin van het bestaan. Een blik en een houding die voor iedereen goed zou zijn.
De film begint met een speelse reeks vage beelden, waarin de personages Weronika en Véronique te zien zijn als kinderen. Het verhaal springt vervolgens vooruit naar het moment waarop de Poolse Weronika zingt in een koor dat wordt onderbroken door een plotselinge regenbui. Iedereen vlucht weg, behalve Weronika, die met elke regendruppel vrolijker wordt en gelukzalig naar de hemel staart terwijl ze een noot vasthoudt tot ze helemaal buiten adem is. Dit is een jonge vrouw die volledig wil leven in het moment, alsof er geen andere tijd is dan dat moment. Die instelling wordt nog eens benadrukt in een scène later, waarin ze zich met haar geliefde terugtrekt in een steegje en zich gepassioneerd overgeeft aan hun omhelzing. Even later genieten ze na van een vrijpartij waarbij opvalt hoe ontspannen ze is. Haar gepassioneerde aard wordt echter wreed ondermijnd door een hartprobleem dat haar leven abrupt beëindigt tijdens een solo tijdens een concert, waarin ze zoveel van haarzelf geeft dat ze het niet overleeft. De camera registreert het en drijft dan weg van het podium over het publiek, alsof haar ziel de wereld verlaat. Kort daarvoor heeft Weronika op een plein in Krakau een vreemde ervaring als ze een jonge vrouw ziet die exact op haar lijkt. De vrouw stapt in een toeristenbus die in een draai wegrijdt, wat vastgelegd wordt in een duizelingwekkende camerabeweging en zowel Weronika als de kijker in verwondering achterlaat. De vrouw heet Véronique, een Française die we volgen in het tweede deel van de film. Véronique is ook zangeres en geeft daarnaast muziekles. Ze heeft geen weet van het bestaan van Weronika, al blijkt wel dat ze die toevallig heeft gefotografeerd toen ze in Krakau was. Ook Véronique staat erg open voor haar eigen intuïtie, wat verklaart waarom ze instinctmatig naar handpoppenspeler Alexandre wordt getrokken, nadat ze hem tijdens een optreden voor haar leerlingen via van een spiegel heeft bestudeerd. Alexandre blijkt haar echter al gespot te hebben en stuurt haar audio-opnames met omgevingsgeluiden van de straat en andere geluiden. Iets dat in deze tijd ontzettend stalkerig overkomt maar Véronique is juist geintrigeerd. De geluiden leiden haar zo naar Alexandre, een man die ze zelf dus ook al had gekozen. Hij moet de leegte vullen die ze voelt na het wegvallen van haar Poolse alter ego.
Het dubbelleven dat Weronika en Véronique (een fenomenale dubbelrol van Irène Jacob) leiden is niet eenvoudig te reconstrueren. Is het wel een dubbelleven? Afgezien van een bijzondere scene met een standbeeld van Stalin en de demonstratie waar de twee getuige van zijn, is er niets dat verwijst naar de politieke situatie in Polen. Dat Weronika leeft in een samenleving met meer repressie is wel duidelijk, maar expliciet wordt het nooit. Hoogstens een subtiele verwijzing in de vorm van draden die opgewonden, uitgetrokken of gebroken worden. Het gaat hier om twee vrouwen in twee verschillende werelden die niet identiek zijn maar wel veel gemeen hebben. Wellicht nog het meest in de manier waarop ze op hun instinct vertrouwen. In de film wemelt het wel van verwijzingen naar dubbelingen, vaak in de vorm van spiegels en reflecties in ramen. Ook in andere momenten worden de twee vrouwen met elkaar verbonden, maar ook dat moet je echt willen zien. Het ligt er nergens bovenop. Zo zijn er de scenes met hun vriendjes, is er de identieke manier waarop ze hun ogen kalmeren met een ring, is er een telefoontje dat Véronique ontvangt over Weronika’s laatste optreden of valt er stof op Weronika’s gezicht als ze haar spiegelbal stuitert. De camera kijks soms door die spiegelbal en ziet dan een wereld op z’n kop, alsof er een parallelle wereld is waarin het spiegelpersonage leeft. Dat de filmmaker bij de eerste release van de film overwoog om meerdere versies van de film met verschillende eindes (waaronder een speciaal voor Amerika opgenomen versie) in verschillende bioscopen uit te brengen, geeft aan dat de twijfel en het toeval altijd voorop staan bij Kieślowski.
Al sinds No End (1984) werkte Kieślowski samen met schrijver Krzysztof Piesiewicz en componist Zbigniew Preisner. Bijzonder in de samenwerking met Preisner is dat diens muziek grotendeels al voorafgaand aan de opnames was gecomponeerd, wat een zeldzaamheid is in de filmproductie. Zo werd de muziek een leitmotif voor iedereen die bij de films was betrokken, vooral de composities voor Trois Couleurs: Blue en voor La Double Vie de Véronique. Veel van Preisners stukken worden door de personages in de films genoemd en besproken als het werk van de (fictieve) Nederlandse componist ‘Van den Budenmayer’. Preisners muziek is zo etherisch en melancholisch dat het onmogelijk is je er niet door te laten grijpen. De muziek is hier ook echt een metafoor voor de gemoedstoestand van de personages, zowel de extatische kant als de weemoedige. Kieślowski heeft nooit echt een definitieve omschrijving van de film gegeven, het ging hem om het irrationele. Dat wat niet te begrijpen valt, relaties die moeilijk te benoemen zijn. Hij schijnt ook veel moeite gehad te hebben om een titel te kiezen en zou ontevreden zijn geweest over de eindkeuze omdat die veel te letterlijk is. Er is iets inherent onrustigs en ongrijpbaars aan deze film en dat is juist wat hem zo wonderbaarlijk en intrigerend maakt.

