Sinds Disney de rechten op Star Wars heeft verworven, zijn de films en series die ze geleverd hebben nogal van wisselende kwaliteit. Hun vervolgtrilogie bevat een prima opener (The Force Awakens) en een prima vervolg (The Last Jedi) maar een niet meer dan redelijke afsluiter (The Rise of Skywalker). Van de spin-off films heb ik alleen Rogue One gezien, best ok maar ook snel vergeten. Series als The Book of Boba Fett en Obi-Wan Kenobi heb ik niet gezien en met het eerste seizoen van The Mandalorian, dat overal enthousiaste reviews kreeg, was ik na een paar afleveringen wel klaar. Te repetitief vond ik het met nauwelijks een spanningsboog te bekennen. Ik dacht dat Andor ook zoiets was. Maar dat blijkt anders te liggen.

Andor speelt zich vijf jaar voor de gebeurtenissen van Rogue One af en vertelt het verhaal van Cassian Andor (Diego Luna), een dief met een goed hart die zijn eigen handeltjes heeft met steeds die dreiging van het almachtige Empire op de achtergrond. Hij ziet de frustratie van de bevolking maar is ook cynisch geworden en hij wil absoluut niets te maken hebben met revoluties of opstanden. Terwijl hij op zoek is naar zijn verdwenen zus komt Cassian op de radar van Luthen, een bemiddelaar die hem voor veel geld een klus belooft waarin hij met een aantal rebellen een aanval moet plegen op een garnizoen van The Empire. Hij zegt toe maar heeft geen idee wat hij zichzelf op de hals heeft gehaald.

Dit eerste seizoen van 12 afleveringen is grotendeels opgebouwd met verhaallijnen van steeds drie afleveringen die zowel persoonlijke verhalen als epische gevolgen voor het hele heelal bevatten. Altijd ligt de nadruk daarbij op de gewone man en vrouw die ergens op een van die vele planeten dagelijks onderdrukt wordt door The Empire. Met indrukwekkende sets, deels echt en deels cgi weet Andor al die werelden op te roepen, van stoffige en rotsachtige tot de rijkdom van hoofdstad Coruscant. De titel doet misschien anders vermoeden, maar dit gaat over veel meer dan Cassian. Hij is de rode lijn maar om hem heen draait een scala aan personages die tegen of juist voor The Empire zijn. Met voorop Stellan Skarsgård’s wiens Luthen een middle man is die aan de ene kant cynisch is maar ook gelooft in een andere toekomst. Skarsgård heeft ook een paar geweldige dialogen en een lange Shakespeariaanse monoloog die dit verhaal op scherp zetten. Naast Stellan vallen Genevieve O’Reilly (als senator Mon Mothma), Forest Whitaker (als een oude dief met een eigen leger die vooral met rust gelaten wil worden) en vooral Denise Gough (als de gewetenloze Dedra Meero) op. Er is sowieso een hele serie aan The Empire gelieerde personages, van heel strategische tot ronduit meedogenloze. Juist die breedte maakt Andor zo geslaagd. De serie is geschreven door Tony Gilroy, Dan Gilroy (oa Nightcrawler) Stephen Schiff (The Americans) en Beau Willimon (House of Cards). De politieke component, waarin machtbebbers er alles voor over hebben om die macht behouden en burgers slechts pionnen zijn in een strategisch spel dat de hele galaxy omvat, is hier dan ook heel belangrijk.

Andor toont expliciet dat The Empire een fascistische dictatuur is wiens vertegenwoordigers met dedain over andere culturen praten maar ook fysieke wreedheden als marteling en moord niet schuwen. Daarmee zijn er parallellen te trekken naar werkelijke opkomende dictaturen, niet in het minst die in de VS zelf. In dat opzicht is dit niet de veilige serie die je van Disney zou verwachten.