80 
Hoe ik erbij kwam weet ik niet maar ik had ineens zin om Walter Matthau weer eens te zien. Een acteur die geboren leek om de enigszins droevige komiek te spelen maar die toch wel meer in z’n mars bleek te hebben. The Odd Couple (naar het toneelstuk van Neil Simon) heb ik al vaker gezien, maar het blijft een genot om getuige te zijn van de chemie tussen Matthau en zijn tegenspeler in 10 (!) films Jack Lemmon.

Hopscotch daarentegen was volkomen nieuw. Hierin is Matthau CIA-agent Miles Kendig die met vervroegd pensioen gestuurd wordt maar dat niet pikt. Hij duikt onder en dreigt zijn memoires te gaan publiceren met daarin een hoop onthullingen over zijn tijd in de club. Vooral zijn baas Myerson (heerlijke rol van Ned Beatty) moet het daarin ontgelden. Om zijn dreigement kracht bij te zetten stuurt hij het eerste hoofdstuk  vast op naar alle CIA-burelen. Hoe onwaarschijnlijk het verhaal ook is, het is een bijzondere ervaring om Matthau de wereld over te zien gaan en zijn achtervolgers steeds een stap voor te zijn. Het is onmogelijk niet voor hem te juichen als hij weer iets nieuws bedacht heeft of als hij de steeds gefrustreerder rakende Myerson voor de zoveelste keer in het stof doet bijten.

Onder alle gekkigheid zit overigens wel een serieuze boodschap verborgen. De CIA was steeds meer verworden tot een carriere-instituut voor banenjagende bureaucraten waartegen de klassieke agent in het veld het onderspit dreigde te delven. Myerson, die zijn kantoor behangen heeft met fotos van zichzelf en die zijn positie vooral aan smerige trucs te danken heeft, staat in Hopscotch dan ook duidelijk symbool voor die bureaucraten. De film biedt echter ook hoop, door de manier waarop Kendig wint en de het optreden van een jonge agent die onder druk staat van Myserson maar ziet dat Kendig steun verdient.
Lees ook het mooie essay dat verscheen bij de Criterion editie.