Van de 2e IFFR-film wist ik niet dat die gebaseerd is op een boek: The Ax van Donald Westlake. Die horror-satire-thriller zou ik nu wel willen lezen. No Other Choice is een project waaraan regisseur Park Chan-wook vele jaren heeft gewerkt en waarvan hij grote verwachtingen had. Met titels als Sympathy for Mr. Vengeance, Old-boy, Thirst en The Handmaiden op zijn naam is hij een van de groten van de Zuid-Koreaanse cinema. Maar dat wil niet zeggen dat hij een film er even door jaagt. Het lange wachten was het waard. No Other Choice is een geweldige satire over het kapitalisme en hoe mensen daarin ten onder kunnen gaan.

Het verhaal begint met een familie die aan het barbecueën is bij hun prachtige vrijstaande woning. De lucht is perfect blauw, de tuin is keurig onderhouden en het huis is allercharmantst. Ook de honden zijn perfect. Man des huizes Young Man-su (Lee Byung-hun) beweert dan ook dat hij alles heeft. Het kan niet anders dan dat deze idylle verstoord wordt, dat ze uit het paradijs verstoten worden. Dat gebeurt wanneer Young wordt ontslagen uit zijn managementfunctie bij het papierbedrijf waar hij 25 jaar heeft gewerkt. Papier is zijn leven (hij is in 2019 verkozen tot ‘pulp man of the year’), en hij moet en zal weer een goede baan in zijn sector vinden. Die is er maar er zijn ook concurrenten. Er zit dus niets anders op dan die een voor een uit de weg te ruimen.

Dat er geen andere keuze is, komt hier op verschillende momenten terug. De Amerikanen die Man-su ontslaan, beweren dat ze geen andere keuze hadden. Zijn potentiële nieuwe werkgevers herhalen het mantra wanneer ze de noodzaak om hun personeel te vervangen door kunstmatige intelligentie ermee rationaliseren. Maar ook Man-su zegt het terwijl hij zichzelf mentaal voorbereidt op de volgende gewelddadige stap in zijn masterplan. Maar die keuze heeft hij uiteraard wel. Hij zou zijn enorme huis kunnen verkopen en met zijn gezin naar een appartement kunnen verhuizen. Zijn vrouw, Miri (Son Ye-jin), zou haar carrière, die ze opgaf om kinderen te krijgen, nieuw leven kunnen inblazen. Ze zouden een beroep kunnen doen op de hulp van Miri’s ouders. Maar nee, zegt Young. Het zou hem alleen maar verder verwijderen van het luxe leven dat hij gewend is.

No Other Choice is een combinatie van Looney Tunes-achtig slapstickgeweld, verstikkende bureaucratie en existentiële wanhoop die met elkaar vermengd raken totdat ze niet meer van elkaar te onderscheiden zijn. Park neemt het minst filmische onderwerp dat je je kunt voorstellen – werkloosheid – en transformeert het tot een arena waarin alles op het spel staat. Elke kantoorlobby is een rechtszaal, elke afwijzingsbrief een schuldig vonnis, elke contact een mogelijke executie. Het absurde van het kijken naar een man die steeds wanhopiger pogingen onderneemt om een baan te vinden, wordt zowel gruwelijk als hilarisch. Het geweld is er zeker maar de echte wreedheid ligt elders, in de onverschilligheid van een markt die loyaliteit als luxe beschouwt en mensen als vervangbare onderdelen.

Lee Byung-hun is buitengewoon. Zijn Man-soo is geen schurk maar ook geen antiheld. Hij is een wanhopig man, verteerd door schaamte en de verpletterende last van verwachtingen. Bij elke afwijzing kwijnt hij weer een stukje verder weg, waarbij hij zijn geforceerde glimlach net iets te lang laat hangen. Dit is een man die langzaam implodeert, die stukje bij beetje afbrokkelt. Zijn straf is financieel maar vooral ook existentieel. Zijn misdaad? Werkloos zijn. Zijn oplossing is radicaal maar er zit nou eenmaal niks anders op. Als kijker ga je daar zelfs een eind in mee, omdat het willen vasthouden aan verworvenheden heel herkenbaar is.

Park toont dit imploderen met een ongekende visuele bravoure. Er zijn overgangen en cameraposities die je echt nog nooit eerder hebt gezien. Hij verbaast voortdurend met zijn visuele vindingrijkheid en bijzondere montagekeuzes. Alleen die stijl al maakt de film een must-see.

No Other Choice is geen film over armoede, maar over identiteit. Over hoe het kapitalisme ons ervan overtuigt dat onze banen synoniem zijn met onze waarde. Man-soo lijdt geen honger, zijn gezin staat ook niet op de rand van de afgrond. Wat hem beangstigt, is de mogelijkheid om te zakken op de ranglijst. Dat hij zijn vrijstaande huis verliest, het Netflix-abonnement op moet zeggen, dat hij zijn bonsaiboompjes niet meer kan verzorgen. Om daar iets van op te geven is in zijn ogen onmogelijk. En als dat wel moet dan moet de illusie in elk geval overeind gehouden worden. De symbolische tegenstander in dit systeem en het enige logische eindpunt is AI. Die gaat alles vervangen. Wanneer Man-su dat hoort, vraagt hij: ‘Je hebt toch altijd één man nodig, toch?’ En hij moet en zal die man zijn, koste wat het kost. Daarmee is hij een symbool voor het kapitalisme in zijn meest extreme vorm en hij zorgt er dus ook voor dat het systeem zal blijven draaien. Daarmee is No Other Choice niet alleen een tragedie over één man en zijn familie maar ook over de toestand van de wereld.