Een minimaal IFFR weer dit jaar, 2 films op 1 dag. Ik ben niet echt op de avontuurlijke tour gegaan en heb er 2 uitgekozen waarvan de reputatie ze al was vooruitgesneld. Wel echte foreign films, Brazilie en Zuid-Korea ditmaal. Het Braziliaanse The Secret Agent vertelt een verhaal dat zich afspeelt in de jaren 70 in een land dat zucht onder corruptie en een alles beheersende dictatuur. Met de thema’s van paranoia en de strijd tegen anonieme machthebbers doet hij denken aan films als Three Days of the Condor, Klute en The Parallax View. Maar waar daar het donker overheerst, schijnt de zon hier volop en spatten de kleuren van het scherm. Ik had nogal moeite met Bacurau, de vorige film van regisseur Kleber Mendonça Filho. Maar waar daarin de knulligheid overheerste, werkt de inzet ervan hier wel erg goed. Al had ik wat moeite met dat loslopende been. Wagner Moura (Narcos, Civil War, Mr. & Mrs. Smith, Shining Girls) is altijd goed maar laat hier zien dat hij echt tot de top behoort.

Het is 1977. Weduwnaar en onderzoeker Armando (Moura) is op de vlucht voor de Braziliaanse militaire dictatuur, omdat zijn linkse politieke opvattingen de regering niet bevallen, maar ook vanwege een persoonlijk conflict. Hij keert terug naar Recife om dichter bij zijn jonge zoon Fernando te zijn, die bij Armando’s schoonouders woont. In de kuststad vindt hij onderdak bij een groep andere politieke dissidenten die worden gehuisvest door de pittige 77-jarige Dona Sebastiana (Tânia Maria). Als dekmantel neemt hij een baantje bij het staatsarchief voor identiteitsbewijzen. Maar net als hij aan zijn nieuwe leven begint te wennen, hoort Armando dat er twee huurmoordenaars in de stad zijn aangekomen om hem te vermoorden. Deze Augusto en Bobbi werken in opdracht van een federale ambtenaar, Ghirotti, met wie Armando ooit flink overhoop lag nadat de overheidsfinanciering voor het onderzoeksproject dat Armando leidde, werd geschrapt. Maar ook omdat Ghirotti gewoon een vreselijke vent is. Intussen is de stad volledig in de ban van carnaval, wat een extra laag van kakafonie toevoegt aan een plot dat al zo vol personages zit. Denk aan een oude gevluchte Holocaustoverlevende (Udo Kier, in de laatste rol voor zijn dood eind 2025) die als Nazi wordt gezien en op de huid gezeten wordt door Euclides, het hoofd van politie, en zijn collega’s. En Elsa, de lokale leider van het verzet die belooft valse paspoorten te regelen voor Armando en zijn zoon. Ondertussen fungeert Armando’s joviale schoonvader Alexandre als oliemannetje, terwijl hij een prachtige oude bioscoop beheert waar politieke vluchtelingen elkaar kunnen ontmoeten.

Met die bioscoop weet de regisseur ook de belangrijke rol van filmcultuur voor de lokale bevolking te illustreren en ook de films zelf geven commentaar. Zo is The Omen de hoofdattractie, een spannende film voor uit het verdorven Hollywood die tevens dient als achtergrond voor wat seks in het donker. Maar de film is ook prima als een metafoor voor het gezag te zien. Ook speelt Jaws een grote rol in de film, omdat de jonge Fernando zijn vader en grootvader wanhopig probeert te overtuigen om hem mee te nemen naar de film. Die beweren dat hij er nachtmerries van zal krijgen. “Ik heb al nachtmerries”, protesteert Fernando. Ook is er veel aandacht voor de Braziliaanse eetcultuur, inclusief de coxinhas en pastéis die me deden denken aan Estomago, de film die ik in 2008 op het IFFR zag. En dan is er ook nog een echte haai die aangespoeld is en waarin een menselijk been wordt aangetroffen. Het been gaat later een eigen leven leiden, waarna de kranten er volop aandacht aan besteden. Het loslopende been was een urban legend, een manier om over iets te schrijven waar je niet over mocht schrijven: de misdaden van de junta. In korte flash-forwards naar het heden zijn intussen steeds onderzoekers te zien die proberen te reconstrueren wat er precies met Armando is gebeurd.

Door de belevenissen in de bioscoop, de aandacht voor seks en het loslopende been weet de regisseur af te wijken van traditionele misdaadfilmclichés en komt hij dichter bij het bizarre Bacurau. Maar hier past het dus wel goed in het verhaal en The Secret Agent keert ook weer terug naar de realiteit tijdens de finale, waarin Armando eindelijk oog in oog komt te staan met zijn potentiële moordenaars. Het geweld is dan schokkend en het knullige van de achtervolging in de nauwe straatjes van Recife maakt de scene een stuk realistischer dan die in gladde Hollywoodfilms. De film eindigt met de presentatie van het onderzoek aan een volwassen Fernando (ook gespeeld door Moura), die nu arts is in een bloedbank in een gebouw dat vroeger een bioscoop was. Fernando lijkt zich neergelegd te hebben bij de onduidelijkheid rond wat er met zijn vader is gebeurd en hij heeft ook weinig interesse om er verder in te graven. Wel memoreert hij het uiterst belangrijke bezoek aan Jaws, die hij uitelijk toch heeft kunnen zien waarna zijn nachtmerries over de film ophielden.

The Secret Agent gaat over de zoektocht naar de waarheid en over de macht van het geheugen. Maar ook over overleven en de noodzaak om te vergeven en te vergeten, om jezelf zo veel pijn te kunnen besparen. Prachtig en aangrijpend.