80 De postapocalyptische, die weer deel uit maakt van de dystopische, cinema kent twee basisvarianten. Je hebt de hele serieuze die vooral in gaan op de dramatische kant en die op integere wijze proberen te verbeelden hoe een wereld er na een nucleaire ramp uit ziet. The Day AfterTestament en Le temps du loup zijn hier voorbeelden van. En je hebt de meer entertainende, waarbij een aantal overlevers elkaar het leven zuur maken in een desolate omgeving. De Mad Max films zijn het bekendst, maar denk ook aan de verfilmingen van Richard Mathesons I Am Legend, Waterworld van Kevin Costner, Doomsday, 12 Monkeys en veel films van John Carpenter. Le dernier combat, het debuut van Luc Besson, is een variant op zich. Hij gaat over een man die strijd levert met een brute tegenstander (Jean Reno) en daarbij geholpen wordt door een arts. Meer verhaal is er nauwelijks.

Voeg daaraan toe dat hij in zwart-wit is gefilmd, er nauwelijks muziek in zit en dat Le dernier combat geen dialogen bevat. Geen? Juist. In deze film wordt niet gepraat. De overlevers zijn het praten verleerd. Het gevolg is dat juist die behoefte aan menselijk contact in een wereld als deze alleen maar groter wordt. Besson weet een indringend beeld te schetsen van een mensheid die gedoemd is, maar zich vastklampt aan de kleinste dingen om dat lot af te wenden.

Reblog this post [with Zemanta]