60 Het boek van Bert Wagendorp las ik met veel plezier omdat het gaat over mannen van middelbare leeftijd die proberen te fietsen en hun jongere versies die al even inefficient naar boven gaan. Die vermaledijde Mont Ventoux op. De berg is uiteraard een uitgekauwde metafoor. Terwijl ze daar naar boven slingeren komen de mooie dingen in het leven maar ook de mislukkingen naar boven. Dat werkt in het boek toch iets beter dan in de film.

Dat komt voornamelijk omdat het boek meer tijd heeft (en neemt) om personages te verdiepen. In de film gaat het wel snel allemaal. Hoe de jongens het meisje ontmoeten, bevriend raken, besluiten om samen die berg op te fietsen en de hormonale spanningen die ontstaan rondom hun muze. Hoe de mannen van nu elkaar opnieuw opzoeken, besluiten om samen opnieuw die berg op te fietsen en de spanningen die ontstaan uit onverwerkte gebeurtenissen uit het verleden en hun mislukkingen in de jaren daarna. Het grootste probleem is dat het lastig meeleven is met de personages. Hun profielen blijven allemaal wat vlakjes waardoor het me niet zoveel kan schelen dat Bart zo verliefd was op Laura maar dat die het aanlegde met de ‘vrije’ Peter. Ook de fraude van Joost, het cokeverleden van André en de gedichten van Peter komen niet echt binnen. De film is op z’n sterkst in de kleine spontane momenten (André die Joost tot de orde roept, de steelse blikken tussen Laura en Bart) en tijdens het klimmen zelf. De stilte van de berg, het zoeven van de wielen, het amechtig zwoegen van de lijven en de schoonheid van het landschap. De ster van deze film is de Ventoux zelf.

Wel jammer dat de vier er zo ongecontroleerd, krom op de fiets zittend, richtingloos en zonde ritme tegenop klimmen. Het is niet om aan te zien. Ik ben net zo’n amateur maar dat gaat toch heel anders. Zeker Wilfried de Jong, als fietsfanaat, moet dwingende aanwijzingen gehad hebben om tot dit gestuntel te komen.