De Palestijnse journaliste Rula Jebreal schreef een autobiografische roman over de geschiedenis van Jeruzalem sinds de bezetting in 1947, en haar rol in het Palestijnse verzet. Een goede bron voor een spannende en relevante film maar de bewerking van Julian Schnabel mist een coherente visie en een goed script. De Indiase actrice Freida Pinto (Slumdog Millionaire) is de Palestijnse Miral, een jonge vrouw die zich mee laat slepen door het verzet tegen de Israelische bezetter. De cameo’s van Vanessa Redgrave en Willem Dafoe roepen vooral vragen op en leiden af van de centrale plotlijn. Het eigenzinnige camerawerk is van Eric Gautier, die speelt met onscherpte en een beperkt kleurenpalet maar ook te ver gaat met zijn nerveuze handheld shots.
Maar het grootste probleem is zoals gezegd het script. Schnabel springt door de tijd als hij het verhaal van vier verschillende vrouwen vertelt, maar hij mist een dragende structuur en uitgewerkte personages om dit alles bij elkaar te houden. Hiam Abbass (Succession) is een goed actrice maar haar personage, een Palestijnse vrouw die in 1948 een weeshuis begint dat ze tijdens de eerste Intifada, ruim veertig jaar later, nog steeds runt, is slecht uitgewerkt en voorzien van oneliners die uit geschiedenisboeken lijken te komen. Als een andere vrouw zich aansluit het verzet en een bom wil plaatsen in een Israelische bioscoop draait daar Roman Polanski’s Repulsion. Het is tekenend dat de spanning in die stressvolle situatie wordt opgeroepen door Catherine Deneuve, en niet door de bom die de vrouw onder een stoel schuift. Nu blijft Miral vooral een geschiedenisles voor kijkers die alweer vergeten waren dat het vredesverdrag dat in 1993 in Oslo is gesloten, waarin 22% van het grondgebied aan de Palestijnen werd toegewezen, nog steeds niet is uitgevoerd.