Josh Safdie doet het alleen. Broer Benny ging aan de slag met The Smashing Machine en Josh maakte Marty Supreme. Ik heb TSM niet gezien maar Marty voelt volledig als een broers Safdie productie. De film heeft dezelfde waanzinige energie als Good Time en Uncut Gems. En ook het hoofpersonage is net zo’n anti-held als die in de vorige films, een man die nooit rust heeft maar daar zelf grotendeels verantwoordelijk voor is.
Als Marty Mauser (Timothée Chalamet, in een performance die Oscar schreeuwt) niet zo’n duidelijk talent en passie voor tafeltennis had, zou hij misschien een prima inkomen kunnen verdienen als verkoper. Hij is een gladde prater die dat talent overigens ook in zet om mensen op te lichten. Maar Marty is nou eenmaal geweldig in tafeltennis. Een sport die zo lullig is dat het weer cool wordt. Thuis, in het New York van 1952, begrijpt niemand hem echt. Zijn familie, moeder Rebecca en oom Murray, verwachten dat Marty een goede zoon is en een fijne neef, die de schoenenwinkel van zijn oom voortzet. Voor hen is tafeltennis slechts een hobby. Zijn vrienden begrijpen niet waarom Marty, die iedereen in de lokale club of waar dan ook waar tafeltennistafels staan, met gemak kan verslaan, zijn talent niet lijkt te kunnen omzetten in daadwerkelijk succes. Hij verdient wat geld met het verslaan van amateurs, via kleine weddenschappen, maar met de aan populariteit winnende sport zou toch meer mogelijk moeten zijn?
Marty heeft overigens wel plannen, zoals het verkopen van tafeltennisballen met zijn naam erop en deelname aan een internationaal toernooi in Londen. De enige reden waarom hij een baan bij de schoenenwinkel van zijn oom aannam, was om genoeg geld te verdienen voor het vliegticket naar Engeland. Die plannen, ideeën en pogingen om het hoofd boven water te houden en zijn droom om de beroemdste speler ter wereld te worden na te jagen, zijn echter zo talrijk dat hij altijd geld te kort komt. En aangezien hij er niet echt voor wil werken, moet hij andere wegen verzinnen. En die wegen leiden tot problemen. Hij moet de beste zijn, alles in zijn leven draait om dat motief en dat doel. Marty is een personage dat in theorie niet sympathiek zou moeten zijn, een opportunistische eikel die zelf zijn grootste tegenstander is. Maar naarmate de zaken op meerdere niveaus steeds meer buiten zijn controle komen te liggen, komt de bange en onzekere jongeman onder al dat stoere gedrag tevoorschijn.
Marty haalt Londen, maar hij heeft thuis in New York een collega bedreigd, zijn moeder genegeerd en en zijn vriendin Rachel (met wie hij achter de rug van haar man een affaire heeft) zwanger gemaakt. In Londen komt hij in contact met voormalig filmster Kay Stone (Gwyneth Paltrow) en haar schatrijke echtgenoot Milton Rockwell (Kevin O’Leary). Hij weet Kay in bed te praten en probeert geld los te weken bij Milton. Terug in New York moet hij dealen met Rachels zwangerschap, voornamelijk door deze te negeren. Hij krijgt ook de politie achter zich aan en hij moet nog een boete van het toernooi in Londen betalen, iets dat hij op wil lossen door losgeld te vragen voor de hond van een lokale gangster (regisseur Abel Ferrara). Marty kan het allemaal niet bolwerken maar zijn ego is te groot om verantwoordelijkheid te nemen voor zijn beslissingen of om hulp in te roepen.
Marty Mauser is dus een opportunistische eikel, een jongeman die in elk konijnhol valt dat hij tegenkomt en waar je als kijker in mee moet. Hij volgt alleen maar zijpaden en kan daarbij niet stoppen om de meeste van zijn tegenslagen zelf te veroorzaken en mensen om zich heen van hem te vervreemden. Tegelijkertijd blijft er altijd de stille hoop dat Marty toch ergens een keer tot inkeer komt en laat zien dat er meer in hem schuilt dan het bedrieglijke en zelfdestructieve uiterlijk doet vermoeden.