60 Op zich is het logisch om een biopic vooral over een persoon te laten gaan, maar de nadruk op de man J Edgar Hoover gaat wel ten koste van inzicht in een uiterst interessant instituut dat al sinds de oprichting zorgt voor intriges, politiek gekrakeel en een immer voortdurende controverse rondom het nut ervan.

Hoover zat al bij de voorganger van de FBI en hij zou 48 (!) jaar het gezicht ervan vormen, van 1924 tot zijn dood in het zadel in 1972. En bij dat gezicht bleef het niet. Het bureau zou een spiegel vormen van zijn innerlijke drijfveren, met voorop een flinke dosis paranoia en (vooral) een grote haat jegens alles wat bolsjewistisch, communistisch en socialistisch was. Dat aspect komt goed naar voren in de film. Leonardo DiCaprio is ijzersterk als de onzekere en naar macht hongerende Hoover, die niemand vertrouwde behalve zijn moeder, zijn persoonlijke secretaresse Helen Gandy en zijn 2e man gedurende vele jaren Clyde Tolson. De film neemt duidelijk stelling in de geruchtenstroom rondom Hoovers vermeende homoseksualiteit: hier is hij duidelijk gek op Tolson en hij kan niet zonder hem. Al staan zijn opvoeding en zijn politieke stellingname hem niet toe voor die liefde uit te komen.

Door de nadruk op Hoover is het dus vooral een film over de man en minder over zijn instituut. Wat dat betreft wordt ik toch doorverwezen naar het boek van Tim Weiner; Enemies: A History of the FBI. Dat belooft meer inzichten te geven in de werking ervan. Maar eerst zijn andere boek uit lezen; Legacy of Ashes: The History of the CIA. Ook uiterst boeiend materiaal.

Belangrijkste kritiek op de film is toch dat hij, en dat had ik gezien het bronmateriaal en de intrigerende hoofdpersoon niet verwacht, wat saai is. Alsof Clint Eastwood wist dat meer laten zien van de FBI zelf en de dubieuze rol die het bureau heeft gespeeld in de Amerikaanse politiek ongunstig uit zou pakken voor zijn eigen Republikeinse partij.