90 
Het is toch wel ironisch dat iedereen Tonya Harding kent, als 8e geëindigd op de OS van 1994 in Lillehammer, en niemand nog weet wie er goud, zilver en brons wonnen. Het schandaal rond de aanval op Hardings concurrent Nancy Kerrigan en de mogelijke rol daarin van Harding was gigantisch en bracht het kunstschaatsen ineens een rol op het wereldtoneel. Margot Robbie is een sensatie als white trash Tonya, een meisje dat niet past in de van engeltjes in bontjasjes voorziene kunstschaatsidylle.

De film heeft terecht vooral aandacht voor het moeizame leven van Harding, niet zozeer het schaatsen zelf. Als in de beste Coen-traditie gaat de klein bedoelde aanval op Kerrigan (Hardings man wilde haar alleen wat bang maken) helemaal mis. Harding vecht intussen voor haar laatste kans om nog iets van haar leven te maken en niet te eindigen als serveerster in een slechte diner. Net als haar moeder. Een vrouw wiens opvoeding er vooral uit bestond haar dochter te voorzien van afwijzing, tegenslagen en tegenstanders. Daar kwam je immers het verst mee.

I, Tonya heeft als een van de taglines ‘The Goodfellas of figureskating‘. Daar zit wel wat in. Het is een als raamvertelling opgediend levensverhaal waarin de veertiger Harding tegen de camera vertelt hoe het allemaal zo gekomen is. Ook binnen die vertelling doorbreekt Robbie regelmatig de vierde wand, de kijker min of meer beschuldigend van zijn voyeuristische rol in het schandaal. Soms dreigt Harding teveel een typetje te worden om je als kijker over te verwonderen, maar door het sterke acteren van Robbie blijf je toch steeds op haar hand. Niet onvoorwaardelijk trouwens. Harding blijft voortdurend zowel de heldin als het slachtoffer en de dader. Wat haar rol nou precies is geweest, wordt niet duidelijk. Dat is maar beter ook. Nu blijft de focus op deze bijzondere vrouw die gek was op schaatsen. Wat haar omgeving of de rest van de wereld daar ook maar van mochten vinden.