Het getuigt van een zekere ironie dat films als The Bostonians, A Room with a View en Howards End zijn geregisseerd door een Amerikaan (James Ivory), zijn geschreven door een Duits-Poolse joodse vrouw die was getrouwd met een Indiër (Ruth Prawer Jhabvala) en zijn geproduceerd door de Indiër Ismael Merchant. Dat terwijl ze allemaal nostalgisch terugblikken op een Brits verleden waarin klassenverschillen nog volstrekt normaal waren en het Britse rijk nog fier overeind stond. Een boodschap die het goed deed bij het conservatieve Thatcher-regime van die jaren.

In filmtheorie bestaat daarvoor de term ‘heritage cinema’, een genre dat hoogtij vierde in die jaren. Dan gaat het om literatuurverfilmingen (waaronder de al genoemde films hierboven) als Little Dorrit, Emma, The Browning Version, Henry V, Much Ado About Nothing en series als Brideshead Revisited en Pride and Prejudice. Maar ook kostuum- en historische dramas als Chariots of Fire, Another Country, Enchanted April, Gandhi, The Madness of King George, A Passage to India, White Misschief en de serie The Far Pavillions. Allemaal gemaakt in de jaren tachtig en negentig en allemaal terugblikkend op een rijk Brits verleden. Maar het waren niet alleen de Britten zelf die op dat verleden terugkeken. Regisseurs als Ang Lee (Sense and Sensibility), Jane Campion (The Portrait of a Lady), Patricia Rozema (Mansfield Park), Marleen Gorris (Mrs Dalloway),  en Shekhar Kapur (Elizabeth) deden hetzelfde. Die nostalgische blik beperkt zich niet tot deze periode, de Britse cinema heeft er een lange geschiedenis in. Ook nu is het nog springlevend getuige het succes van series als Downton Abbey en Bridgerton, al is die laatste een zeer gemoderniseerde visie op het genre. Maar het zijn vooral de jaren tachtig en negentig waarin er een politieke en maatschappelijke component in te ontdekken valt.

Met het herzien van Howards End wordt die nostalgische blik nog eens verdubbeld: de film blikte al terug en ik doe dat nu ook op de film zelf, bijna 30 jaar na de release. Dat gebeurt natuurlijk wel vaker in cinema maar in dit geval is het toch bijzonder omdat Howards End destijds zo’n triomf was, met 9 Oscarnomimaties waarvan er 3 verzilverd werden. Is de film echt zo goed als al die prijzen doen vermoeden?

Voor Anthony Hopkins waren dit zijn topjaren. Hij verscheen in de ene na de andere succesvolle film, met naast deze ook The Silence of the Lambs, Dracula, The Remains of the Day, Shadowlands, Chaplin en Legends of the Fall. Hier is hij de rijke ondernemer Henry Wilcox, een man die gewend is zijn zin te krijgen en voor wie het klassenverschil een fact of life is. Als hij de eigenzinnige Margaret Schlegel, en haar nog meer uitgesproken zus Helen, leert kennen, is dat voor hem een verwarrende ervaring. Vrouwen die hun mening geven en hem confronteren met zijn conservatieve denkbeelden. Hopkins is een acteur die als geen ander die verwarring en de botsing met zijn eigen denkwereld met alleen zijn mimiek kan laten zien. Als de zussen de jonge klerk Leonard Bast leren kennen, is dat de start voor een kettingreactie die nogal toevallig maar ook intrigerend is. Bast is een man die verder in het leven wil en Helen neemt het op zich om hem te helpen. Als Henry een terloopse opmerking maakt over het bedrijf waar Bast voor werkt, plant hij een zaadje bij Helen waarmee ze hem een doorn bezorgt die hij niet meer uit zijn lijf krijgt.

De kracht van Howards End zit m vooral in de confrontatie tussen verleden en toekomst, tussen conservatief en progressief en tussen man en vrouw. Het is dan ook een heritage film die het geidealiseerde tijdperk ook aan de kaak stelt en vooruit lijkt te kijken naar een meer progressieve en democratische toekomst. Anthony acteert zoals altijd uitstekend maar hij zit ook gevangen in het keurslijf van Henry Wilcox. Een man die best liefhebbend kan zijn en warm, maar die zich vooral vasthoudt aan tradities en aan denkbeelden waarmee hij is opgegroeid. Het is Emma Thompson, als de uitbundige en taboes doorbrekende Margaret, die de zon door doet breken. Tegelijkertijd dreigt zij ook vast te lopen als een huwelijk met Henry zich aankondigt, omdat zijn rijkdom haar een toekomst kan geven. Met de voortdurend spanning veroorzakende Helen daartussenin, vergezeld van haar tegenstribbelende protegee Leonard, wordt er een complexe net van emoties gecreëerd. Hoogtepunt daarin is het trouwfeest van Henry’s dochter Evie, waar Helen en Leonard, en diens vrouw die een verleden met Henry blijkt te hebben, opduiken. De spanning tussen traditie en vooruitgang en een schuivende moraal zindert daar van het scherm.

Howards End is dan ook nog steeds een sterke film met een geweldige Emma Thompson als stralende centrum. Maar de prijzenregen lijkt achteraf toch vooral te danken aan het feit dat dit het hoogtepunt was van een genre dat de filmwereld in die periode in zijn greep hield. Hopkins en Thompson zouden het succes kort daarop nog een keer herhalen met The Remains of the Day (1993) en Thompson maakte met Much Ado About Nothing (1993) en Sense and Sensibility (1995) nog twee sterke films in het genre, maar daarna was de koek wel op.