De roman Dune van Frank Herbert werd voor het eerst gepubliceerd als twee afzonderlijke delen: Dune World (1963-1964) en Prophet of Dune (1965). Hij schreef nog vijf vervolgdelen tot aan zijn dood in 1986 en de serie is daarna door anderen voortgezet op basis van zijn aantekeningen. Al vroeg kwam het tot pogingen de boeken te verfilmen, maar heel succesvol waren die niet. Alejandro Jodorowsky had grote plannen maar slaagde er niet in om een film af te maken. David Lynch wel maar zijn versie wordt toch wel als een mislukking beschouwd. Er verschenen twee miniseries in 2000 en 2003 maar ook die kregen niet echt goede reviews. Toen kwam Denis Villeneuve. Zijn Dune: Part One (2021) schreeuwde het uit om serieus genomen te worden en met grote aandacht voor detail, een groot budget, een sterke cast en respect voor de bedoelingen van Herbert creerde hij een film die wel slaagde.
Het vervolg is eigenlijk een verfilming van Prophet of Dune en gaat over de guerillastrijd van de Fremen, waar Paul Atreides zich tussen heeft gevoegd, met de Harkonnen. Die hebben bijna het complete huis Atreides uitgeroeid en Paul zint op wraak. Dune: Part Two is, net als One, episch door de lengte en door wat er op het spel staat. Maar het maakt ook deel uit van een langer verhaal, met een derde deel op komst. Dat haalt iets van de impact weg maar het is niettemin een geweldig epos dat, mede ook door de zinderende score van Hans Zimmer, nog lang naijlt.
Omdat dit deel zich voor een groot deel afspeelt in de woestijn van Arrakis valt er een duidelijke parallel te trekken met David Leans Lawrence of Arabia. Net als T.E. Lawrence is Paul Atreides (Timothée Chalamet, A Complete Unknown) een buitenstaander die zijn plek moet zien te bevechten maar daar uiteindelijk zo goed in slaagt dat hij in zijn eigen mythe gaat geloven. Een messias die de Fremen naar een betere toekomst gaat leiden. Hij wordt daarin gesteund (gestuurd?) door zijn moeder Jessica, een Bene Gesserit die als een soort Goden plannen smeden om het heelal te beheersen. Paul neemt de rol op zich en hoewel ik Dune en de vervolgen niet heb gelezen lijkt me dit het pad van een dictator in de dop.
Maar zover is het nog niet. Het is ergens rond het jaar 10.000 maar behalve de indrukwekkende space ships en spice harvesters voelt het alsof we terug in de tijd gaan. Veel man-tegen-mangevechten, veel wraakgevoelens, veel slachtoffers en wrede heersers die volken willen onderwerpen. Symbolisch daarvoor is de rol van Dave Bautista die als Baron Harkonnnens jachthond Raban weinig anders doet dan woest schreeuwen. Een karikatuur, zeker tegenover de rest van de meedogenloze maar toch wat meer vileine Harkonnens. Al is neef Feyd Rautha (Austin Butler, Elvis) vooral ook gewoon bloeddorstig. Villeneuve weet in die scenes op indrukwekkende wijze een fascistisch regime neer te zetten vol Leni Riefenstahl-achtige beelden.
Met oa Rebecca Ferguson (Silo, Mission Impossible), Javier Bardem en Charlotte Rampling in de cast, heeft de film veel acteerkracht in huis. Maar omdat de visuele stijl zo overweldigend is worden het verhaal en die acteurs wat naar de achtergrond gedrukt. Wellicht is dat maar goed ook. Heel complex is het verhaal namelijk niet en de dialogen zijn niet allemaal even sterk. Dit is een film om met open mond naar te kijken, genietende van het ene schitterende shot na het andere en jezelf mee te laten voeren naar een verre toekomst in een uithoek van het universum.