Het was nog even wikken en wegen of we nog een tweede hikingdag in Bryce zouden doen, maar uiteindelijk besluiten we beiden dat onze wandeling van gisteren niet meer overtroffen kan worden. Wat ook meespeelt is dat ze zee van tijd die voor ons lag toen we uit San Francisco wegreden inmiddels een klein meertje is geworden. Waar we in Yosemite nog rustig 4 dagen uittrokken om het park te ontdekken daar begint in Bryce en Zion de tijdsdruk mee te spelen. We willen immers ook nog richting Los Angeles en wellicht San Diego, en ook nog eens de tijd nemen voor de fameuze highway 1 langs de kust.

Door dus.
Van Bryce naar Zion is het nog geen 2 uur rijden, dus we zijn al in deze enorme Mormonentempel voor de klok 12 slaat. Dat doel hadden we ook omdat we een campspot in het park willen bemachtigen. Dat lukt makkelijk, maar achteraf blijkt dat de 2e camping al volzit (daar kan ook gereserveerd worden) en dat we dus gewoon een goede keuze gemaakt hebben.
Zion is ‘ontdekt’ door Mormonen, en die waren zo onder de indruk dat dit natuurfenomeen toch zeker wel ‘God’s first temple’ moest zijn. Zion dus.
Het is wel raar voor ons om de vanzelfsprekendheid te aanschouwen waarmee al deze bijzondere parken als creaties van God gezien worden. Voor ons is de irrationaliteit, de zeer bijzondere samenloop van omstandigheden waarmee het Coloradoplateau en al haar natuurgebieden zijn ontstaan, nou juist zo mooi. Nou ja, zolang ze de parken maar met het respect blijven behandelen als waarmee ze het nu doen.

We nemen een shuttlebus (jaja, hier zijn ze weer) en gaan daarmee de diepe canyon in. Op het uiterste puntje ligt een stop die de Temple of Sinawawa heet. Dat is maar een voorbeeld van de bizarre namen die hier soms voorbijkomen: Guardian Angel, Angel’s Landing, The Great White Throne, The Sentinel, Mountain of Mystery, The East Temple en The West Temple, en The Altar of Sacrifice. Daar willen we ff de benen strekken en dat kan met een korte wandeling langs de rivier. De Virgin River snijdt door Zion Canyon en komt bij dit punt pas echt binnen. Het pad eindigt op het punt waar er geen ruimte meer is naast de rivier. Daar torenen de rotswanden boven je uit en regeert de river over het weinige aan ruimte dat er is. Het heet hier niet voor niets The Narrows.
Tientallen wandelaars staan op dit punt te dralen, twijfelend of ze nog verder zullen gaan. Verder? Jaja, dat kan. Zolang je maar dwars door de rivier gaat.
Toevallig heb ik mijn offroadslippers aan en die zijn ideaal om wat door de rivier te banjeren. Annemet ‘s groene Birkenstocks zijn toch iets te mooi om ze hiervoor om zeep te helpen. Op blote voeten gaat ze nog een stuk mee, maar al snel blijkt dat dit zo niet gaat. Ik ga daarom alleen door, niet wetende wat er komt en hoe lang het gaat duren. Als je eenmaal tot je middel in het water hebt gestaan maakt het allemaal niet zoveel meer uit. Ik heb echter een handicap. Om mijn nek hangt een dure Canoncamera die ik toch liever heel houd. Met een hand aan de camera en de andere vrij om af en toe ergens steun te zoeken waad ik door de rivier. Ik ben niet de enige want regelmatig kruis ik andere wandelaars die up- of downstream gaan. Voor kinderen is dit ‘pad’ een paradijs. Ze kunnen klauteren en af en toe eens lekker nat worden. Ik voel me dan ook snel weer kind, als ik op rotsen klim, dwars oversteek tegen de gangbare route in of ergens een richel op zoek om een foto te maken.
Omdat ik geen horloge heb verdwijnt het besef van tijd, maar ik moet toch wel zo’n anderhalf uur gelopen hebben toen het steeds rustiger werd en ik aan een collegaspoorzoeker vroeg of er ergens een eindpunt was. Ik had namelijk in de Rough Guide gelezen dat upstream lopen maar tot op een bepaald punt kon. Het antwoord was nee. Ofwel, ik moest zelf een moment kiezen waarop ik om zou keren. Dat moment kwam toen de rivier zich in 2 splitste. Er kwam dus een andere stroom bij die zich samenvoegde met de Virgin River. Ik onderzocht beide ‘schachten’ (inmiddels ben je hier zover upstream dat de wanden nog maar een paar meter van elkaar zijn verwijderd en het daglicht hier maar moeizaam doordringt) een stukje en keerde toen om.
De terugtocht ging lekker snel, ik wist immers wat me te wachten stond, en ik maakte er een sport van steeds zo snel mogelijk de rivier over te steken. Het ging nog bijna mis toen ik een route koos die dieper bleek dan verwacht en ik ineens tot borsthoogte in het water verdween. De camera stak ik recht omhoog terwijl ik z’n achteruit ging.
Toen ik bij mijn lief terugkeerde had die zich ondertussen goed vermaakt met een groep Nederlandse toeristen, dus het schuldgevoel over het lange wegblijven ebde snel weg.
De rest van de dag heb ik met een natte broek en t-shirt rondgelopen. Maar wel voorzien van een grijns van oor tot oor.
[geo_mashup_map]