In 1965 kwam Gordon Moore, medeoprichter van chipmaker Intel, met zijn wet van Moore. Volgens die wet verdubbelt het aantal transistors in een geïntegreerde schakeling door de technologische vooruitgang elke twee jaar. Die wet kwam uit. De rekenkracht van computers nam decennia lang toe en dat maakte ook een steeds verder gaande miniaturisatie van onderdelen mogelijk. Steeds meer werd mogelijk met steeds minder. De uit het Moorejaar stammende DDP-116 werd een 16-bit Minicomputer genoemd, maar was manshoog. In de jaren tachtig was het apparaat gekrompen tot typemachineformaat en inmiddels steek je hem in je binnenzak.

Downsizing

Die miniaturisatie is ook gaande in Downsizing, de nieuwe film van regisseur Alexander Payne (Nebraska, The Descendants) die hier ‪op 25 januari‬ gaat draaien. De computers zijn hier echter vervangen door mensen. In Downsizing wordt het verkleinen van mensen gezien als de ultieme oplossing voor overbevolking. Net als in veel van zijn andere werk is bij deze nieuwe Payne de lach nooit ver weg. Zijn film is dan ook vooral een satire op het slopen van onze planeet door een steeds harder groeiende mensheid. Dit concept lijkt een bizarre variant op het miniaturisatiefenomeen, maar het kleiner maken van mensen heeft een lange traditie in film. Vaak in de vorm van komedie of satire maar ook in bloedserieuze sci-fi en thrillers. ‬

Het oervoorbeeld zijn de verfilmingen van Jonathan Swifts klassieke satire en fantasyroman Gulliver’s Travels (1726). In de eerste van vier beschreven reizen belandt hoofdpersoon Lemuel Gulliver in het door minimensen bevolkte Liliput. Het boek is vele keren omgezet naar film, van lange speelfilms tot miniseries en animatie. Al in 1902 maakte de Franse filmmaker Georges Méliès, de vroege meester van de fantasy, een bewerking. Animatiepioniers als Max Fleischer en Walt Disney gebruikten Swifts boek voor hun werk en ook in het Oostblok was het boek populair getuige een Russische en Tsjechische variant.

In The Devil-Doll (1936) creëert een ontsnapte gevangene een paar minimoordenaars die wraak moeten nemen op zijn oude partners. In Dr. Cyclops (1940) wordt een groep wetenschappers verkleind. De bekendste van de vroege minimensen is de krimpende Scott Carey in het nog steeds zeer indrukwekkende The Incredible Shrinking Man (1957). In al deze voorbeelden weten de filmmakers met hoge camerastandpunten, het vlak voor de camera positioneren van voorwerpen of dieren zodat ze enorm lijken, tot gigantische proporties opgeblazen meubilair en het slim inzetten van insecten en huisdieren als gevaarlijke tegenstanders, een vervreemdend effect te bereiken.

In de bloedbaan

Het verkleinen van mensen tot microformaat bereikte een volgend hoogtepunt met Fantastic Voyage (1966). Hierin wordt een onderzeebootcrew tot celformaat verkleind en in de bloedbaan van een zieke wetenschapper gebracht. Iets soortgelijks gebeurt in Innerspace (1987) en Osmosis Jones (2001). Het menselijk lichaam is in deze sci-fi-films een gevaarlijke maar ook bizarre wereld. Uit andere voorbeelden als Tom Thumb (1958), Honey, I Shrunk the Kids (1989), The Indian in the Cupboard (1995), The Borrowers (1997) en Ant-Man (2015) en af en toe een minimensje in films als Beetlejuice (1988), Hook (1991) en de meerdere versies van Night at the Museum (2006 en verder) blijkt dat het verkleinen van mensen filmmakers al decennia fascineert. Terecht, het is een prachtige manier om magie in een alledaagse omgeving te introduceren.

Maar het thema leent zich ook voor filosofische bespiegelingen over het behoud van identiteit en onafhankelijkheid in een steeds overweldiger wordende wereld. Dat speelt bij Downsizing minder, maar de minimens blijkt ook hier een intrigerend fenomeen.

Dit stuk verscheen eerder in Machina 1 (januari/februari 2018), van de makers van MacFan