100 
Het veel geprezen eerste seizoen van True Detective is inderdaad fantastisch. Door de nihilistische en naargeestige sfeer, de wisselende perspectieven en het schuiven met de chronologie maar vooral ook door de twee leads.

De zoektocht naar de moordenaar van de aan een boom vastgebonden prostituee Dora Kelly Lange blijkt slechts een aanleiding om diep in de psyche van de twee detectives te duiken, die betrokken zijn bij dat onderzoek. Beiden hebben issues, al zijn die heel verschillend van aard. Martin Hart (Woody Harrelson) blijkt een naar fatsoen strevende maar voortdurend falende family man. Rusty Cohle (een onwaarschijnlijk goede Matthew McConaughey) is een diep getroubleerde einzelganger die de wereld als door een microscoop bekijkt en alleen maar dood, verderf en achterbaksheid ziet. Al kettingrokend en drinkend sleept Cohle zich door de dag heen, met een nietsontziendheid die verraadt dat er buiten zijn werk niets anders wacht.

De gesprekken tussen de twee detectives vormen het hart van de serie. Nou ja, gesprekken. McConaughey leeft zich uit in monologen die zowel raadselachtig als kernachtig zijn, met een vol ongeloof maar ook bewondering luisterende Harrelson. De rest is eigenlijk bijzaak en het is jammer dat er inderdaad nog een zaak opgelost moet worden. Een zaak die uiteraard veel dieper grijpt dan alleen die ene moord en waarbij ogenschijnlijk fatsoenlijke mensen tot de meest gruwelijke dingen in staat blijken. Op het eind zakt TD iets in als het onderzoek tot een afronding komt, maar voor de rest is dit een pracht van een serie met een diepgang die ik zelden gezien heb.