70 Ik had eigenlijk een vrij zware film verwacht. Extremistische jihadisten die een gewelddadig sharia-regime op willen leggen aan de legendarische woestijnstad Timboektoe. Maar hoewel dat geweld bij vlagen wel zichtbaar is, is dit toch vooral een tijdloze, poëtische film waarin misstanden op subtiele wijze aan de kaak gesteld worden.

Zo subtiel dat Timbuktu ook een beetje saai is. Er had wat mij betreft wel wat meer tempo in gemogen. Ik heb ook gemengde gevoelens bij het camerawerk. De film is een aaneenrijging van fantastisch mooie shots. Zo mooi dat het onwerkelijk en ongeloofwaardig wordt. Het is op zich goed dat regisseur Sissako Mali op zijn fraaist wil laten zien. Dat heeft ook een functie omdat die schoonheid niet kapot gemaakt mag worden door een barbaars regime. Maar het leidt ook tot mooifilmerij waarin alles idyllisch lijkt en Timboektoe onaards mooi en vredig is. Daar geloof ik niks van, hoor ik mezelf denken.

Wat de film sterk maakt is de milde, ironische blik waarmee Sissako naar de jihadisten kijkt. Hij laat de absurditeit van hun handelen zien en in paar mooie scenes toont hij hoe menselijk en kwetsbaar ze zijn onder die deken van sharia-regels. Zo praten ze over de kwaliteiten van Messi en het Franse elftal terwijl ze voetbal net verboden hebben. En hun leider is verliefd op een lokale woestijnschone maar hij is gefrustreerd over zijn futiele pogingen dichter tot haar te komen. Uit frustratie schiet hij zijn wapen leeg op het landschap, op de in zijn ogen decadente vrouwelijke glooiingen.

Ook sterk zijn de gesprekken tussen de leider en de plaatselijke geestelijke. Die wil niets te maken hebben met de sharia en met de onderdrukking die de jihadisten brengen. Waar is het mededogen? Waar is het respect? Waar is de liefde?