Deze klassieker is opgepoetst en terug te zien op het grote scherm. Ik heb m al diverse malen mogen ondergaan (zo kun je het wel noemen) maar hij blijft onweerstaanbaar. Een grandioos grand guignol waarin een groep tieners in de Texaanse hel belandt in de vorm van een compleet gestoorde familie. Deze film is zo intens dat je soms echt achteruitdeinst en de neiging hebt je oren en ogen dicht te houden.
Van alle horrorfilms uit de jaren 70 is The Texas Chain Saw Massacre waarschijnlijk de belangrijkste en artistiek meest interessante. Hoewel de film bedoeld was om nieuwsgierigen aan te trekken die op zoek waren naar grensoverschrijdende en nietsontziende horror, getuigt hij aanvankelijk van aanzienlijke terughoudendheid. Bijna een uur lang wordt de spanning opgebouwd en wekt de film een beklemmend gevoel op van angst zonder echt iets vreselijks te laten zien. Het begint wel met een gruwelijke opening overigens, met rottende lijken waar iemand spelletjes mee speelt. Na die opening volgen we een groep studenten in een busje. Alles wat ze zou kunnen overkomen wordt zo een spannend wachtspel. Als er een krankzinnige lifter instapt is dat het begin van een afdaling in de hel, een meedogenloze nachtmerrie.
De hoofdpersonen in de meeste horrorfilms verliezen onze sympathie wanneer ze reageren op een overduidelijk bedreigende omgeving door alle gevaren te negeren en alleen in donkere hoeken rond te dwalen. Dat gaat van horrorkomedies en kelderhorrorfilms als The Evil Dead en Barbarian, tot een ruimtefilm als Alien. Maar hier hebben de jongeren geen reden om moordzuchtige maniakken te verwachten, al is het maar omdat dit horrorcliché begin jaren 70 nog geen cliché was. Als je op het platteland van Texas overdag ergens aanklopt, verwacht je een vriendelijk gezicht. Niet de gemaskerde maniak Leatherface (Gunnar Hansen), geen gruwelijke dood met hamers en een kettingzaag. Door een gedegenereerde familie van ex-slachthuisarbeiders dat een huis vol skeletten en lichaamsdelen bewoont.
De film maakt deel uit van de plotselinge golf van onafhankelijke horrorfilms die volgde op George Romero’s Night of the Living Dead. Die film uit 1968 viel samen met een golf van geweld in de samenleving, met de Vietnamoorlog als het meest prominente voorbeeld. Die golf kreeg ook uiting in mainstreamfilms, denk aan Bonnie and Clyde (1967), Point Blank (1967), The Wild Bunch (1969), Dirty Harry (1971) en Deliverance. Het was niet meer dan logisch dat horrorfilms zouden volgen. Tieners waren daarvoor de geijkte doelgroep, op zoek naar sensatie in een donkere filmzaal. Wes Craven’s The Last House on the Left (1972) is een vroeg voorbeeld maar The Texas Chainsaw Massacre is beter. Regisseur Tobe Hooper bouwt de spanning langzaam op, op een manier die doet denken aan Alfred Hitchcock. Als de horror dan echt los gaat, doet Hooper dat snel en zonder veel bloed en gore. De focus ligt op de ervaringen van de personages.
The Texas Chain Saw Massacre duurt nog geen anderhalf uur en focust dan ook volledig op de helletocht van het groepje. Er zijn geen overbodige scènes, opvullingen of afleidingen. De film is meedogenloos, wat nog het meest opvalt in het geluid; het grootste deel van de tweede helft bestaat uit non-stop geschreeuw. Hooper geeft de kijker het gevoel dat die net zo gek wordt als de arme Sally. Die overleeft weliswaar maar de vraag is of ze er aan het einde niet erger aan toe is dan haar ongelukkige vrienden en broer. Als Hooper haar bloeddoorlopen ogen in enorme close-ups laat zien, lijken ze op de paniekerige ogen van een dier in het slachthuis. Letterlijk geweld zit er meer in andere films maar de aanval op de zintuigen die hier wordt getoond en de identificatie met de slachtoffers, maken The Texas Chain Saw Massacre nog steeds een van de meest gewelddadige films ooit gemaakt.



