70 
Net als in het oude Rome is het hoofdthema van deze bombastische science-fictionfilm brood en spelen. In een ronde arena met daarin een uit een flipperkast geleende lanceerbaan vechten twee teams, bestaande uit rollerskaters en motorrijders, om een ijzeren bal die ze in een magnetisch gat moeten zien te krijgen. Net als bij de Romeinse gladiatorengevechten is daarbij vrijwel alles geoorloofd. Het publiek komt er in masssale aantallen en over de hele wereld op af. Het is het enige vermaak dat scoort en de spelers worden als goden behandeld. Daarbij worden ze echter niet geacht vragen te stellen of zelf na te denken over de zin van dit alles. Als sterspeler Jonathan E (James Caan) te horen krijgt dat hij met pensioen moet stelt hij wel een vraag: waarom?

Rollerball lijkt sterk geinspireerd door Stanley Kubricks A Clockwork Orange die vier jaar eerder was gemaakt,  en door Alan Pakula’s The Parallax View. Regisseur Norman Jewison gebruikt, net als Kubrick, klassieke muziek om zijn themas te ondersteunen. En net als in Parallax worden gigantische anonieme gebouwen getoond als vertegenwoordigers van een alwetende en onoverwinnelijke grootmacht.

De themas zijn vrijheid en de strijd van het individu tegen een ongrijpbare macht die volgzaamheid en willoosheid wil afdwingen. Maar juist die diepere lagen komen hier niet echt uit de verf. Het sterkst is de film als Caan in zijn eentje probeert te begrijpen wat er aan de hand is. En in het contrast tussen de intellectuele aspiraties en de oergevoelens waarmee je de wedstrijden bekijkt. Jewison weet ook bij de kijkers onderbuikgevoelens te triggeren door het geweld en de heroiek van het spel met een overdaad aan bombast, indrukwekkend stuntwerk en een fantastische cameravoering te tonen.

rollerball_p