Hoe meer hoe beter. Een adagium dat in deze hectische, inmiddels eenentwintigste, eeuw voortdurend aan kracht wint. Ons blikveld wordt bestormd door beelden, ons gehoor krijgt een kakafonie van geluiden te verwerken, en een tapijt van geuren prikkelt dagelijks de zintuigen. Deze ontwikkeling gaat echter geleidelijk, en kan moeilijk gezien worden als een uitbarsting die niemand zag aankomen. Het is met name de jongere generatie die dit fenomeen met grote vanzelfsprekendheid accepteert en incorpereert. Voor hen brengt elke vernieuwing bij voorbaat een verbetering, en het is zeker zo dat stilstand nog steeds achteruitgang is.

Elke samenleving is gebouwd op fundamenten die voortdurend in beweging zijn, en waar verandering de enige constante is. Dat is al eeuwen het geval, en zal ook altijd zo blijven. Het is echter goed te merken dat die veranderingen niet meer geleidelijk plaatsvinden, maar exponentieel. Zeker het laatste decennium van de vorige eeuw bracht meer revolutie dan evolutie. Wellicht een logisch gevolg van de collectieve draf van de mensheid richting het magische jaar 2000.

Een belangrijke exponent van de stroomversnelling, waar vrijwel iedereen mee te maken kreeg, was de opkomst van de commerciële televisie. De start van het voormalige Véronique, de perikelen rondom TV 10, en de successen van RTL 4 brachten een aardschok teweeg in het Nederlands omroepbestel. Ook in de ons omringende landen vonden soortgelijke ontwikkelingen plaats. Inmiddels zijn de commerciëlen niet meer weg te denken uit het dagelijkse televisie aanbod. Grote bevolkingsgroepen vinden hier elke avond de dosis afleiding die hen de werkdag moet doen vergeten.

Voor velen, en zeker voor mij, is die afleiding echter precies de reden waarom de komst van al die RTL’en, SBS’en, Veronica’s en andere Netten, als een vloek voor ons bestel wordt gezien. Want afleiding is het enige dat ze brengen en wat ze interesseert. Het proces van lokken en vasthouden van zoveel mogelijk kijkers, om hen tussen en tijdens de programma’s een beeldenstorm van wervende boodschappen voor te zetten, vormt de drijfveer voor hun bestaan. Waarbij de kijkcijfers gekoesterde relikwieën zijn, en het grote geld de mammon. Voor diepgang, reflectie, een klein gebaar of een moment van bezinning is hier geen plaats. Binnen de wetten van dit duitenfestival zijn dat immers onnodig remmende zaken, die de inkomstenstroom slechts in de weg zouden staan. Dat die inkomsten er moeten zijn is natuurlijk een logische zaak. Wil een onderneming overleven dan zal er winst gemaakt moeten worden. Er wordt echter gespeeld met het vuur van de informatie en entertainment behoefte van het kapitaal van een land. Haar inwoners. Die vaak afhankelijk zijn van hun ideevorming, eigenwaarde en plaats in de maatschappij van hetgeen ze zien op het kastje in de woonkamer. Een kastje waar het aanbod dus in veel gevallen bepaald wordt door bedrijven. Die de consument datgene geven wat hen schikt, en waar een onafhankelijke geest gemist kan worden als kiespijn.

De publieke omroepen begonnen ondertussen steeds meer te lijken op bastions vergelijkbaar met dat van de Galliërs in de welbekende strip. Hun bloemrijke boodschap die vast verankerd lag in de boezem van de landelijke zuilentraditie, leek te breed te zijn in de ‘struggle for life’ waarin zij in de jaren 90 beland waren. Vele discussies vonden plaats met als onderwerp de veranderende positie van die omroepen in de hen omringende, kolkende, zee van televisie aanbod. Het leek slechts een kwestie van tijd voordat ook zij gedwongen waren zich op hun gedachtengoed te herbezinnen, en de richting van het hersenloze gekrakeel te kiezen dat de andere netten beheerste.

De tijd heeft ons inmiddels geleerd dat dit schrikbeeld ons gespaard is gebleven. Nu de deining wat minder is geworden, hoewel de VARA verwoedde pogingen doet het publieke bootje weer flink te laten schommelen, is gebleken dat er nog steeds een plaats is voor de traditionelen.
Met een nieuwe netprofilering op komst en een stevig mandaat van de staatssecretaris, lijkt er een goede toekomst in het verschiet te liggen voor het publieke bestel. De omroepen die zich nog wel verbonden voelen aan de grondgedachte dat een maatschappelijke verantwoordelijkheid een substantieel onderdeel van hun toekomst vormt, zijn krachtig de nieuwe eeuw ingegaan.

Als reactie op de vervlakking van de samenleving in het algemeen en de specifieke rol van de commerciëlen hierin in het bijzonder, heeft de NCRV de tegenaanval gekozen. Met een oproep tot herbezinning, oog voor de kwaliteit van het leven en aandacht voor elkaar wordt een duidelijke boodschap de ether en de media ingeslingerd. Dit initatief laat nog eens goed zien dat de gelovige in een betere samenleving geen roepende in de woestijn is, maar gesteund wordt door groepen mensen die in die verbetering een concrete bijdrage kunnen leveren.

Door programma’s te maken en uit te zenden die deze boodschap met kracht tot uitdrukking brengen, en daarmee een haven wordt voor hen die bewust met de kwaliteit van hun leven bezig zijn en dat weerspiegeld willen zien in een omroep die hen daarin steunt.