Het valt niet mee om Joker met een open blik te bekijken. Er is nogal veel te doen geweest rondom deze vreemde tak aan de superheldenboom. Nou ja, superhelden. Het universum van Batnam nam altijd al een bijzondere plaats in tussen alle superkrachten in het pantheon. Net als Peter Parker is Bruce Wayne een gewone man met uitzonderlijke gadgets. Waar Parker zijn kunsten vertoont in New York doet Batman dat in Gotham City, een dystopische versie van NY. Een superstad waarin alles net wat uitvergroot is. Van de opulente rijkdom van vader en zoon Wayne aan de ene kant, tot de criminaliteit, de armoede en de smerigheid in de straten. Batman zelf komt niet voor in Joker, maar vader en zoon Wayne nemen een belangrijke plaats in. Vooral als tegenstander voor deze Arthur Fleck. Niet dat het echt tot een confrontatie komt. Fleck staat daarvoor veel te zwak. Hij is een man die als clown werkt om wat geld te verdienen. Hij wil standup comedian worden maar het ontbreekt hem aan talent. Psychische problemen heeft hij ook, al heeft hij zichzelf nog redelijk in de hand. Maar als zijn werk onzekerder wordt, zijn standup act niet aan slaat, zijn TV-held hem belachelijk maakt en zijn psychiatrische hulp wegvalt, vallen ook alle remmen weg voor Fleck. Uitgekotst en verstoten door de maatschappij staat niets de echte waanzin meer in de weg.

Joaquin Phoenix is adembenemend in de titelrol. Fleck is een liefhebbende zoon, een pathologische leugenaar, een wrede fantast, een apathische drama queen en een naar liefde snakkend man ineen. Een man die leidt aan een soort emotionele diarree waardoor zijn gezicht en gemoed alle kanten opschieten. In een mooie referentie weet zijn personage een link te leggen met twee films van Martin Scorsese: Taxi Driver en The King of Comedy. Joker is een zeer bijzondere variant op een genre waar we de laatste jaren mee doodgegooid zijn. Geen meesterwerk maar altijd nog vele malen interessanter dan de superheldendiarree waartegen de film zich af zet.