Devil’s Tower. We zijn vlak in de buurt en net als in de film ‘close encounters of the third kind’ gaat er een raar soort aantrekkingskracht vanuit. We hebben er zin in en haasten ons over de 14. Dorpjes als Aladin (met 15 inwoners) kunnen ons niet bekoren, we moeten door.

En ineens is ie daar dan, een soort haaievin middenin het landschap, waar we gebiologeerd achteraan gaan. Een soort ongecontroleerd enthousiasme a la Steve Irwin maakt zich van ons meester, als we steeds dichterbij komen. Wat een uitzondelijk ding, dat zomaar, als een soort schoorsteen uit de aarde oprijst. Met verticale banen erin gekrast, volgens de legende de sporen van een berenklauw.

We besluiten een wandeling te maken en onze eerste onenigheid is daar. Ik wil de lange en Erik de korte trail. Het wordt de korte, een wandeling van nog geen 1,5 mile vlak om de Tower heen. Een beetje mokkend loop ik met Erik mee over het geasfalteerde pad maar al gauw vinden we een kostelijke gemene deler. Erik spot twee mannen die tegen hun vrouwen klagen dat ze terug willen naar de souvenirshop (let’s get this over with) en ik zie een man halverwege de wandeling ingespannen een foto maken (met zijn tong uit zijn mond) van het bordje ‘half way tower trail’. Als ik langsloop zegt ie tegen mij: ‘point of no return’ en geeft een veelbetekenende knipoog. Mijn buik begint te lachen en ik denk bij mezelf: ‘ik hoop dat ie een zaklamp bij zich heeft..’

Langs de weg die afdaalt richting de uitgang is een groot veld waarop een hele prairedog-gemeenschap zich gevestigd heeft. Waar we er in Wind Cave, samen met een ranger nog wel, geeneen gezien hebben duiken ze hier massaal op uit hun zelf aangelegde voordeuren in de grond. Een prachtig gezicht, al die kopjes die nieuwsgierig naar de mensen langs de weg staren. Die op hun beurt terugkijken, cameras in de aanslag. Als we wegrijden doemt in de achteruitkijkspiegel opnieuw devil’s tower op. Het voelt als ‘the giant suzuki’.

Met deze toren hebben we alle highlights van dit gebied (The Black Hills en omgeving) wel gehad. We gaan de snelweg op om op die manier nog even wat kilometers naar het Westen te maken. Yellowstone lonkt. We stranden in Buffalo waar we een mooie camping zoeken, met douches en een laundromat. ’s Avonds gaan we nog even downtown in waar een streetdance gaande is. Koppels gaan de provisorisch aangelegde dansvloer op. Wij kijken ernaar en vinden het goed.
[geo_mashup_map]