70 
Jerry Bruckheimer en Joel Schumacher hijsen de vermoorde journaliste Veronica Guerin op een schild. Daarvoor zijn ze te prijzen, maar het is jammer dat dit op een weinig subtiele manier is gebeurd. Hun verfilming van haar strijd tegen Ierse drugshandelaren mist nuance en loopt over van sentiment. Toch is het een belangwekkende film. Met Charlie Hebdo in gedachten is het bewaken van journalistieke erfenissen voor toekomstige generaties belangrijker dan ooit.

Tussen 1994 en haar dood op 26 juni 1996 vocht de journaliste Veronica Guerin een strijd uit met de Ierse drugswereld. Ze was al langer actief als journaliste maar ze werd beroemd door dit onderzoek. En een icoon na de aanslag op haar leven. De film toont deze strijd, beginnend en eindigend met de moordaanslag. De Australische actrice Cate Blanchett mat zich een Iers accent aan en komt daar prima mee weg. Zij is dan ook meteen het sterkste punt van de film. Blanchett is vrijwel altijd in beeld en zuigt de kijker mee door haar natuurlijke spel en een combinatie van kracht, kwetsbaarheid, naïviteit en egocentrisme. Guerin lijkt blind te zijn voor de gevaren wat leidt tot een tweeslachtige kijkhouding, aanmoedigend en ‘stop!’ schreeuwend, die ondanks haar spel nogal vermoeiend is.

Bruckheimer en Schumacher besloten om een filter te gebruiken waardoor alles er grauw en donker uit ziet, inclusief het rode Manchester Unitedshirt dat voetbalfan Guerin draagt als ze een balletje trapt. Het is alsof ze met koeienletters willen benadrukken dat het allemaal niet pluis was daar. Het is een voorbeeld van de manier waarop ze de kijker een richting in willen sturen. Jerry Bruckheimer is een producent en die stellen zich meestal terughoudend op. Jerry heeft daar geen last van. Hij staat bekend om de stempels die hij op zijn films zet, wat meestal leidt tot veel bombast, sentiment, explosies, soapachtige verhaallijnen en voortdurend aanzwellende muziek. In Veronica Guerin laat hij de explosies en de soap weg maar qua bombast, sentiment en sturende muziek kan de film zich meten met Bruckheimervehikels als Top Gun, Con Air en Armageddon. Natuurlijk, dit is een heel ander verhaal, maar de stijlelementen dringen zich desondanks op.

Respectabele drugsbaronnen

De vele elkaar snel volgende onderzoeksscenes suggereren diepgang maar zeggen erg weinig. Veronica Guerin was accountant voordat ze de journalistiek in ging en zou daardoor inzicht weten te krijgen in de boeken van haar grootste tegenstander, John Gilligan. Hier wordt dat met een simpele scene afgedaan. Het bestuderen van cijfers is immers niet interessant voor een kijker. Zo hoor je ze denken. Daar staat tegenover dat de scenes met Gilligan sterk zijn. Acteur Gerard McSorley is een bom die elk moment kan barsten. Dat levert spanning op. Als Guerin Gilligan bezoekt en als hij haar belt is de impact, zowel op Guerin als op de kijker, groot. Veel drugsbaronnen (Pablo Escobar is een goed voorbeeld) proberen respectabel te zijn en mee te draaien in de samenleving. Ze komen een heel eind, maar als de duimschroeven aangedraaid worden gaat het toch mis.

Dat journalisten sneuvelen met de pen in de hand is van alle tijden. De aanslag op Charlie Hebdo is in die zin niet nieuw. Wat wel verrast en schokt is de berekenende en nietsontziende manier waarop het gebeurt. De redactie becommentarieert met hun satirische tekeningen en geschriften de wereld om hen heen. Een van de speerpunten daarin is de Islam en de manier waarop die religie zich mengt in het politieke en maatschappelijke debat. Het gevoel slachtoffer te zijn van hun pijlen is een tweetrapsraket: Charlie Hebdo ageert tegen de Islam en daarmee tegen de aanhangers ervan. Althans, die laatsten voelen dat zo. De wraakgevoelens die dat oproept zijn oncontroleerbaar. Het gevoel beledigd te zijn kan tot gruwelijkheden als deze leiden. Daarmee vergeleken is de moord op Veronica Guerin, hoe vreselijk ook, klein bier. John Gilligan was het doelwit en hij sloeg terug. Simpel.

Journalistieke erfenis

Geweld is altijd uit den boze, of dat nou tegen Charlie Hebdo, tegen Veronica Guerin of tegen een willekeurige voorbijganger in Parijs of Dublin is. In een ideale wereld zou iedereen zich daar aan houden. Maar die wereld is ver weg. Gelukkig kan uit dat geweld en uit de moedige daden iets moois groeien, zo bewijst de geschiedenis. Veronica Guerin is dood maar haar erfenis is springlevend. Een week na de aanslag werd een wet getekend in het Ierse parlement die bevriezen van tegoeden van verdachte drugshandelaren mogelijk maakt. John Gilligan’s fortuin is hem ontnomen en hij werd veroordeeld tot 20 jaar gevangenisstraf, al was dat niet voor de moord maar voor cannabismokkel. Ook de meeste andere criminelen die Guerin in haar vizier had zijn veroordeeld. In Ierland heeft zich sindsdien niet zo’n grote drugsscene meer ontwikkeld. In Parijs is de wond nog vers en zijn de gevolgen onduidelijk. De redactie zal tijd nodig hebben om weer op te krabbelen. Maar doorgaan met de strijd is de enige optie. ‘Als ik stop hebben zij gewonnen’, zegt Veronica in de film. Dat geldt voor Charlie Hebdo, en alle andere gezanten van het vrije woord, ook.

Van oorlogscorrespondenten kun je cynisch zeggen dat het een reële kans is om tegen een kogel aan te lopen. Nederland was geschokt toen op 17 maart 1982 vier IKON-journalisten in El Salvador werden vermoord. Het motief is nooit achterhaald maar de meest gehoorde theorie is dat de regering geen pottenkijkers wilde bij de verkiezingen. In 1983 rende Nick Nolte letterlijk voor de tanks uit in Under Fire, een film over de burgeroorlog in Nicaragua in 1979. Het zijn slechts twee voorbeelden van feit en fictie die dichtbij elkaar komen. Ook in de twee Wereldoorlogen, de Spaanse burgeroorlog, Korea en Vietnam, de Golfoorlog, Irak, Afghanistan en Syrië kwamen journalisten om. Net als in de vele kleinere oorlogen die de wereld teisterden sinds de opkomst van het beroep. In een aantal gevallen werden daar ook weer films over gemaakt.

Monument

Maar ook dichtbij huis zijn journalisten niet veilig, kijk maar naar Veronica. Het voert te ver om voorbeelden uit de werkelijkheid en filmtitels te gaan noemen maar het komt er op neer dat het lot van journalisten en de verbeelding daarvan in film in een lange dodendans verwikkeld zijn. En vaak zijn de feiten gruwelijker dan de fictie. Veronica Guerin is als film niet zo geslaagd maar als monument voor deze vermoorde journaliste kan hij niet genoeg geprezen worden. Of er voor de slachtoffers in Parijs net zo’n monument gemaakt wordt is de vraag. Zolang hun erfenis maar levend blijft.