80 Bij 8W hebben we altijd fijne discussies over de kwaliteiten van Bela Tarr. De een vind het prachtig, de ander zegt dat het is ‘like watching paint dry’. Ik val op zich in de eerste categorie maar The Turin Horse is wel erg kaal. De regisseur heeft werkelijk alles uit zijn plot gesneden wat je als extra of franje op zou kunnen vatten.

Wat blijft is het leven van een vader en dochter op een afgelegen niet nader benoemde plek, in een tijd die ook niet te definieren is. Het is meer overleven dan leven, zonder enige vorm van luxe en beheerst door routine. En die routine laat Tarr ook keer op keer zien. Hij concentreert zich op licht en donker en op het voorspelbare. Alles wat ze doen ligt vast en zie je aankomen. Maar als er dan breuk is in die routine komt het enorm hard aan. Er gaan dingen mis en het is alsof de zeer langzaam draaiende machine van hun leven langzaam tot stilstand komt. En dat is beangstigend. Voor hen maar ook voor mij.

Hoe kaal en spartaans dat leven ook is, het heeft toch iets aantrekkelijks. Ik kreeg zelf ook zin in een in de schil gekookte aardappel die ik met de hand pel en waar een snuf zout de enige toevoeging op is. Het is jammer, en ook vrij onvermijdelijk, dat mijn gedachten tijdens het kijken toch afdwalen naar mijn eigen beslommeringen. Die van een geweldige complexiteit zijn vergeleken bij die van hen.