100 De moeder van alle heistfilms. Met die bagage kijk ik naar dit zenuwslopende verhaal over de voorbereiding, uitvoering en nasleep van een overval op een juwelier. Ondanks die voorkennis blijft dit gewoon een vijfsterrenfilm. Fantastisch.

Rififi is beroemd geworden door de overval die volledig in stilte wordt gepleegd. Juist door die stilte, afgedwongen door een alarm dat reageert op geluid en trillingen, krijgt elke handeling een enorme lading. De kraak omvat 28 minuten aan screen time, enorm lang als je erover nadenkt, maar grijpt je van begin tot eind. Maar wat de film tot een meesterwerk maakt is de hele tragische dans des doods waarin de hoofdpersonages verwikkeld zijn. Van het vrijkomen van Tony (de ‘Stephanois’) uit de gevangenis tot de dramatische rit met het zoontje van bendelid Jo. Het Parijs van Jules Dassin is koud, nat en vijandig. De regisseur schuwt het geweld bepaald niet maar laat het veelal buiten beeld. Toch, als het echtpaar gekneveld en een politieman uitgeschakeld wordt of de uit de school klappende Cesar (gespeeld door Dassin zelf) het loodje dient te leggen, is het geweld meedogenloos en trefzeker. De prachtige locatie-opnamen, de zorgvuldige opbouw, de wrede Grutter die zijn eigen strijd met Tony uitvecht,de zwakte van Cesar die het meisje van zijn dromen niet kan weerstaan, het sadisme en tegelijk het mededogen van de immer droef kijkende Tony. Alles klopt.