80 Ik ken Pier Paolo Pasolini eigenlijk alleen van oude zwartwit foto’s. En ik heb zijn bio (Pasolini Requiem) nog ongelezen in de kast staan. Of Willem Dafoe echt op hem lijkt is de vraag en of het echt allemaal zo gegaan is eind 1975, toen de regisseur dood op het strand bij Ostia gevonden werd, is al helemaal onzeker. Maar Pasolini voelt als een oprechte en natuurgetrouwe film en Dafoe kan de vergelijking met die oude foto’s prima aan.

Abel Ferrara maakte een film over de laatste dagen van de cineast waarbij banale en surrealistische momenten elkaar afwisselen. Als Pasolini op bezoek is bij zijn moeder, door de stad rijdt, in bars zit en journalisten mijdt, ligt saaiheid zelfs op de loer. Ferrara vermengt dat met scenes waarin zijn laatste, nog onverfilmde, plan (Porno-Teo-Kolossal), tot leven komt als een droombeeld van de maker.

Sensatie is ver te zoeken, iets waar de New Yorkse regisseur meestal geen moeite mee heeft. De moord wordt getoond, inclusief een lange aanloop, maar Ferrara houdt zich aan de meest gehanteerde lijn dat het om schandknaap Pino Pelosi en een groep jongens op het strand ging. Dat neemt niet weg dat er in de film zelf genoeg ruimte wordt gegeven voor speculatie. Door die ruimte bouwt Ferrara toch veel spanning op in een zaak die na zoveel jaren nog steeds de gemoederen bezig houdt.