80 
Volgens de overlevering verscheen de Maagd Maria in 1858 achttien keer aan de veertienjarige Bernadette Soubirous, in een grot nabij Lourdes. Sindsdien is het stadje uitgegroeid tot een bedevaartsoord waar elk jaar miljoenen rooms-katholieke pelgrims naar toe trekken, in de hoop verlossing van hun ongemakken te vinden of een wonder te aanschouwen. Jessica Hausners indringende Lourdes benadert de mythologische en de commerciële aspecten van deze bijzondere plaats met een bewonderenswaardig neutrale houding.

Centraal in Lourdes staat Christine (Sylvie Testud), een aan multiple sclerose lijdende jonge vrouw die van zichzelf al zeer fragiel overkomt en ook nog aan een rolstoel gekluisterd zit. In de openingshot van de film registreert Hausner het dekken van de tafels en de binnenkomst van een groep pelgrims die zojuist in het bedevaartsoord is gearriveerd. Op een afstandelijke, maar indringende manier laat de regisseuse zien hoe strak de organisatie is bij het verwerken van deze constante stroom van hoop zoekende mensen. Alle leden van Christines groep hebben een handicap en zijn afhankelijk van de hulp van hun begeleiders. Haar begeleider heet Maria, een vrouw die veel overeenkomsten heeft met Christine maar het geluk heeft dat ze niet aan een ziekte leidt. Haar geflirt met een andere begeleider staat in schril contrast met de afhankelijkheid van Christine, die net zo naar aandacht hunkert maar haar kans nooit kan grijpen.

Sceptische blik

De strenge en koele Cecile (Elina Lowensohn) heeft de leiding. Ze heeft dit soort groepen al vele jaren onder haar hoede en duldt geen tegenspraak in haar aanpak. De planning van het bezoek, dat een week duurt, staat van uur tot uur vast en met stevige hand leidt Cecile de pelgrims en hun begeleiders door het programma heen. Centraal daarin staat een dagelijks bezoek aan de grot zelf, waar dag in dag uit een stroom van gelovigen langs de rotswand en het beeld van Maria trekt. Christine benadert dit alles met een humoristische en sceptische blik, waardoor het ondanks haar handicap niet moeilijk is je met haar te identificeren.

Hausner benadrukt de herhalingselementen in deze bedevaarten maar laat Christine, Cecile en Maria bij dit bezoek ook aan een nieuw avontuur beginnen. Alle drie worden ze getest op hun geloof, op manieren die ze niet verwacht hadden. Via hun ervaringen laat Hausner zien wat de fundamentele problemen van religie zijn en dat een gelovige altijd in conflict kan komen met persoonlijke motieven. Terwijl de geestelijk raadsmannen om de brij heendraaien, stelt ze vragen waarop die religie geen antwoorden kan geven: waarom lijdt de ene persoon zoveel en is een ander er vrij van? Welke God staat deze ziektes toe? Is een wonder meetbaar en te classificeren?

Honderden rolstoelen

In de koele registratie van de geloofsindustrie in Lourdes laten Hausner en cameraman Martin Gschlacht de plaats voor zichzelf spreken. Beginnend met de openingsshot laten ze de mathematische precisie waarmee de pelgrims door de diverse locaties en rituelen geloodst worden gewoon zien. Honderden rolstoelen die in gelid in een kerkdienst staan, duizenden pelgrims die met kaarsen in de hand afwachten wat er komen gaat, de talloze standjes met religieuze koopwaar waar de bezoekers als vanzelfsprekend hun souvenirs kopen. Het heeft veel weg van de registrerende manier waarop landgenoot Nikolaus Geyrhalter in Our Daily Bread de mechanisering van de voedelindustrie vastlegt. Maar Hausner blijft ook steeds sympathie houden voor haar personages en ze laat ook de hoop zien die Lourdes hen weet te bieden. Als het wonder waar allen op hopen dan echt plaats lijkt te vinden, wordt echter genadeloos duidelijk hoezeer deze gebeurtenis de groep ook kan splijten. In de observerende kijk en de ambiguïteit die Hausner steeds weet vast te houden, zit dan ook de kracht van deze bijzondere film.