90 
Je hebt science fiction in de ruimte en je hebt science in de ruimte. Denk Star Wars en Alien versus Apollo 13 en First Man. Het is nogal een verschil. In SF-films is het doorkruisen van het heelal een gegeven. Die voertuigen waar dat mee moet gebeuren, werken gewoon. Hoe ze dat doen wordt soms in vage termen uitgelegd, maar meestal wordt er geen woord aan vuil gemaakt. Of ze nu Enterprise, Millennium Falcon, Nostromo, Battlestar Galactica, Serenity of TIE Fighter heten. Nee, dan de raketten waarmee Neil Armstrong en zijn collega’s de lucht in moeten. Een gigantische holle sigaar, bij elkaar gehouden door moertjes en schroefjes, met een bakje bovenop met zitjes erin en tot de nok toe gevuld met uiterst brandbaar materiaal. Je moet er maar in durven te gaan zitten.

First Man vormt een mooie trilogie met The Right Stuff en Apollo 13. Alledrie gaan ze over de race naar de ruimte en de maan. TRS vormt de aanloop met de Mercury Seven, de zeven testpiloten die in 1959 uitgekozen werden om astronaut te worden in Amerika’s eerste ruimtevaartprogramma. In First Man staan Gemini en Apollo centraal. In de eerste werden tussen 1964 en 1966 in totaal twee onbemande (Gemini 1 en 2) en tien bemande (Gemini 3 tot en met 12) ruimtevluchten uitgevoerd. Apollo was het programma dat als einddoel had om de mens op de maan te laten landen.

Regisseur John Ford heeft ooit gezegd: ‘When legend becomes fact, print the legend.’ Zijn collega Damien Chazelle negeert dat advies. Hij focust op het gezinsleven van Armstrong, het verlies van zijn dochter en de moeite die hij heeft om zich voor zijn baan te motiveren na die tragische gebeurtenis. De film vertraagt op die momenten ook flink, volkomen in lijn met de werkelijkheid waarin Armstrong en collega’s soms maanden moesten wachten op een volgende missie. Ook als de astronauten wel op missie zijn, houdt Chazelle alles klein. Al pakt hij uit als het nodig is. Zoals een Saturn V raket die vanuit Kennedy Space Center met enorm geweld de lucht in schiet. Of als de Apollo 11 echt bij de maan is. De IMAX-beelden daarvan zijn werkelijk overweldigend. Het contrasteert prachtig met het interieur van de trillende cockpit, als je het weinige ziet wat de astronauten zagen.

Op dat klein houden en de focus op de gewone man is Chazelle door critici aangevallen. Hij zou het heroïsche van deze hele onderneming teniet doen, zeker als hij ook nog eens besluit om het planten van de Stars en Stripes niet te laten zien. De scene waarin je Gil Scott-Herons gedicht ‘Whitey on the Moon‘ hoort, komt daar nog eens bij. Maar wat mij betreft wordt de film alleen maar beter van die focus op de man en het moeizame van de missie. Het zijn gewone mannen en hun machteloze vrouwen die dit gedaan hebben. Die echt een mens op de maan gezet hebben. Daarbij vallen doden en gewonden en toch gaan die mannen telkens weer in die hortende en stotende raket zitten. Dat is inderdaad een heroïsch verhaal en dat wordt in First Man verteld op de beste manier mogelijk.