100 Virtuoos. Dat is het woord dat bij me opkomt. Nu kan dat woord ook een negatieve lading hebben, als de virtuositeit dreigt te ontaarden in ‘art for art’s sake‘ en ‘style over substance‘. Alsof de regisseur net wat teveel wil laten zien wat hij allemaal kan. Alejandro Iñárritu helt daar in al zijn films gevaarlijk naar over, maar Birdman is absoluut een uitzondering. Alles is virtuoos hier, van camerawerk en acteren tot aan het vlijmscherpe script en de subtiele special effects. Maar de virtuositeit staat in dienst van de film en dat levert een onvergetelijke ervaring op.

Riggan Thomson (Michael Keaton) was Birdman, tot drie keer toe. Een superheld die veel geld opbracht, twintig jaar geleden. Eigenlijk de enige keer dat hij veel bezoekers trok en geliefd was. Juist in dat succes schuilt zijn tragiek. Birdman overschaduwt Thomsons verdere carrière en hij is er nooit echt van los gekomen. In een laatste poging zichzelf nog wat artistieke geloofwaardigheid te bieden heeft hij het plan opgepakt een toneelstuk van Raymond Carver op Broadway te brengen, met zichzelf als regisseur en hoofdrolspeler. Maar zijn alter ego blijft hem stalken, probeert hem van zijn dwaze plan af te helpen en te overtuigen nog eenmaal in het vogelpak te stappen.

Glued to the screen‘ was ik tijdens het kijken naar Keaton en het drama dat er om heen plaatsvindt. Maar het is niet alleen drama. Er is ook ruimte voor humor en de film is op momenten echt hilarisch. Het gesprek met de altijd aanwezige vogelman fascineert omdat daarin alles aan bod komt. De vroegere successen, de leegheid daarvan, de onzekerheid over het nieuwe stuk en de druk op Riggan die zowel artistiek als financieel is. Ook zijn botsingen met dochter Sam, producent Jake en tegenspeler Mike zijn fantastisch. Birdman is een film waarvan iedereen zich bewust leek dat er een tandje bijgezet moest worden. Dat alleen al maakt hem bijzonder, maar wat de film echt briljant maakt is het camerawerk. Birdman is volledig in long takes opgenomen en digitaal ge-edit waardoor de volledige running time uit één shot lijkt te bestaan. De camera is organisch als water en vliegt als de vogel die Thomson ooit was. Versnellend, vertragend, draaiend, tollend, duikend, opstijgend en neerdalend. Het stopt nooit. Vrijwel de hele film speelt zich af in het St. James Theatre op Broadway en in de cameravoering van Iñárritu en DP Emmanuel Lubezki wordt het tot een labyrinth waarin personages eeuwig rond lijken te dolen. Schitterend.