70 Nou, daar was ie dan. De grote Oscarwinnaar. En ik moet zeggen, het is een prima film. Sterke rollen van Colin Firth, Geoffrey Rush en (vooral) Helena Bonham Carter (als Elizabeth). Die laatste leeft zich uit als de keurige maar ook standvastige en liefhebbende vrouw die een man heeft getrouwd waarvan ze juist blij was dat hij stotterde. Dan is de kans immers klein dat hij ooit de troon moet bestijgen. Maar dat gebeurt dus toch.

The King’s Speech is typisch een film waarvan van tevoren voorspeld kon worden dat die het goed zou doen bij zowel het grote publiek als bij de Academyleden. Al hebben de Weinsteins er alles aan gedaan om te zorgen dat die leden dat ook in zouden zien.
Een man die in roerige tijden op moet komen voor zichzelf, een grote tegenslag in zijn leven moet zien te overwinnen en daar uiteindelijk triomfantelijk uit naar voren komt. Daarvoor schakelt Elizabeth een man in die met onorthodoxe methodes de spraakproblemen van zijn patiënten te lijf gaat. Dat onorthodoxe botst (uiteraard) met de stijve opvoeding van Prince Albert, de Duke of York. Dat de twee schoorvoetend naar elkaar toe groeien, een flinke crisis krijgen en daar ook weer uit komen is dan ook vrij voorspelbaar. Zoals wel meer plotlijnen dat zijn.

Boeiend van begin tot eind, maar dus ook een beetje te netjes en afgerond. Het is vooral aan het uitstekende acteerwerk (ook de andere rollen zijn goed bezet, met voorop Michael Gambon als King George V) te danken dat ik er bij blijf.